Algemene vragen

We willen onze dieren zo min mogelijk stress bezorgen tijdens hun verblijf. Een continue in- en uitloop is een erg grote stressfactor voor onze dieren. Daarom kan men de dierenverblijven ook niet in. Enkel met een afspraak voor adoptie, gaan we tot de dierenverblijven. 

Wij werken enkel op afspraak. Daarvoor hebben wij een goede reden. Wij werken slechts met 1 fulltime medewerker, en een parttime medewerker. We dienen klaar te staan voor de gevonden dieren in Zemst , Kampenhout en Steenokkerzeel. Als ook voor het zwerfkattenbeleid in Zemst en Kampenhout. De dieren te verzorgen, adoptie gesprekken voeren en veel meer. Werken in een geplande omgeving, geeft ons meer ademruimte. Zo kunnen wij een dag voordien, reeds alles plannen. En extra vrijwilligers voorzien, indien er dieren worden gevonden. Of dat er vallen uitgezet moet en worden om zwerfkatten te vangen. 

Laden...

Doen we niet moeilijk over! Stuur ons een email op info@dierenopvangcentrumzemst.be

Neen! Wij zijn elke dag aanwezig van 8 tot 17 uur. Wil je ons bezoeken? Dan kan dit enkel op openingsdagen voor publiek. Andere dagen werken wij enkel op afspraak. Gelieve de openingsuren te respecteren, gezien onze dag volledig is gepland! 

Dierenopvangcentrum Zemst voert geen euthanasie uit op dieren, tenzij vastgesteld wordt dat het in het kader van dierenwelzijn en mensenwelzijn, onvermijdelijk is. Euthanasie gebeurt steeds in overleg met verschillende partijen.

Katten zijn van nature heel actieve en nieuwsgierige dieren dus het is voor een kat een behoorlijke verrijking als ze in haar nieuwe thuis ook buiten mag gaan. Dit is echter niet zonder risico en ook het wennen aan het buiten gaan dient op een gestructureerde manier te gebeuren.

In tegenstelling tot mensen weten katten niet meteen dat ze op die nieuwe plaats waar ze naartoe gebracht worden ook zullen blijven wonen. Een kat zal dat in de loop van de tijd gaan beseffen en heeft ook even tijd nodig om de landkaart van haar nieuwe omgeving in haar ‘interne gps’ te updaten. Die interne landkaart van een kat wordt vooral samengesteld op basis van geluiden en geuren en net iets minder op basis van visuele kenmerken. Als wij op vakantie gaan en zonder gps of landkaart de omgeving gaan verkennen, zullen we dat doen door initieel dicht bij het hotel te blijven en elke keer een blokje verder te gaan zodat we altijd snel terug een herkenningspunt kunnen vinden .

Voor een kat is dat niet anders maar er zijn wel verschillen. Het leven van een kat zit vol gevaren en zeker als ze buiten gaat gaan. Niet alleen het verkeer maar ze kan ook aangevallen worden door honden of andere katten of in situaties terecht komen waar ze niet meer uit geraakt (een hoog omheinde tuin bv). Een kat is daarom ook altijd een stuk voorzichtiger als ze op verkenning gaat en kan makkelijk schrikken, ook van dingen die ze later zelfs niet meer zal opmerken.

Het is voor ons ook vaak niet goed in te schatten waar het gevaar mogelijk ligt voor een kat omdat wij dat zelf nooit zo ervaren dus houdt er rekening mee dat een situatie voor jou misschien perfect veilig kan lijken maar voor een kat daarom zeker niet.

Als een kat schrikt, zal ze de neiging hebben om weg te lopen en zich te gaan verschuilen maar als ze haar omgeving nog niet kent, kan het zijn dat niet terug  naar binnen zal lopen omdat die route er nog niet goed opgeslagen is. De kat kan buiten de zone lopen die voor haar nog herkenningspunten bevat (geuren en geluiden) en de weg niet meer terug vinden, ook al zit ze maar een paar meter verder van jouw voordeur. Zelfs als het katje jou al goed kent en op je af komt lopen binnenshuis, buiten kan het helemaal anders zijn want een bange kat is nu eenmaal onvoorspelbaar.

Wanneer kan je beginnen met het buitenlaten?

Hier zijn 3 voorwaarden voor:
– het katje moet medisch beschermd zijn
– het katje moet zijn binnen-omgeving goed kennen
– de weersomstandigheden moeten gunstig zijn

  1. Een katje mag sowieso pas buitengaan 3 weken nadat het gevaccineerd is. Deze vaccinatie beschermt het katje tegen het Calicivirus, het herpesvirus en parvo (kattenziekte) en dat zijn dan ook virussen die ze buiten makkelijk kunnen oplopen en waar kittens extra vatbaar voor zijn.
  2. Om er zeker van te zijn dat het katje zijn binnen-omgeving goed in kaart heeft kunnen brengen, wordt aangeraden minstens 8 weken na verhuis te wachten om de buitentraining te beginnen, onderzoek heeft uitgewezen dit algemeen een veilige termijn is. Je zal zeker horen dat mensen het al veel sneller gedaan hebben en dat ook allemaal goed gegaan is maar dat is eerder een kwestie van geluk gehad Het katje is misschien heel voorzichtig geweest en heeft uit zichzelf heel langzaam zijn omgeving verkent. Er is op de kritieke momenten mogelijk geen aanleiding geweest om te schrikken waardoor het te ver weg zou lopen. Of het katje is op zo’n moment per toeval de goede richting in gelopen en kwam goed terecht Je kan er echter niet vanuit gaan dat dit bij jouw katje ook zo zal gaan en het risico nemen dat het katje wegrent en je het nooit meer terugvind, enkel om het toch iets sneller buiten te laten gaan, is een risico dat je niet mag nemen. Een paar weken binnen blijven is minder fijn maar verdwaald geraken en mogelijk omkomen door gebrek aan voeding en onderdak of een ongeval is vele malen erger. Dat dit risico best groot, kan je wel afleiden uit het aantal meldingen van vermiste katjes dat we elk jaar weer zien voorbij komen op o.a. sociale media. Voor schuwere katjes raden we een langere tijd aan dan 8 weken aan. Zij moeten eerst heel goed gewend zijn aan hun nieuwe omgeving en de nieuwe mensen en deze band neemt bij hen altijd langer in beslag om gevormd te worden. Te snel buiten laten resulteert vaak ook in een terugval wat schuwheid betreft, wat dan weer als gevolg kan hebben dat je ze niet meer terug naar binnen krijgt.

    3. De meeste asielkatjes hebben de laatste weken/maanden binnen geleefd bij hun opvanggezin en sommige zelfs heel hun leven al (kittens) en hun vachtje is daar ook op ingesteld. Ze kunnen niet even een jas bij aantrekken als het buiten kouder is, zoals als wij dat kunnen, dus het is geen goed idee ze buiten te laten wanneer de temperatuur buiten al wel een dikkere jas vereist. Kittens, jong volwassen katjes en katjes met een medische problematiek moeten in de wintermaanden binnen gehouden worden om te voorkomen dat ze ziek zouden worden.

    Hoe gaan we nu tewerk?

Om te zorgen dat het vlotjes gaan, kan je al een paar voorbereidingen treffen in de tijd voor het moment dat ze buiten mag. Maak, wanneer je de kat eten geeft, altijd hetzelfde geluid en of zeg hetzelfde woord zodat je dat kan gebruiken om haar makkelijk terug binnen te lokken. Altijd eten geven op hetzelfde tijdstip, is hier ook een extra stimulans om haar binnen te krijgen als ze buiten is.

De kat moet goed gewend zijn aan binnenruimte die grenst aan de deur of het luikje langs waar ze buiten zullen gaan.;De kat moet elke stap in dat proces zelf gezet hebben en de tijd gekregen hebben om daar aan te wennen en het op te slaan. Als de kat altijd in de leefruimte gezeten heeft en plots een andere ruimte doormoet om daarna buiten te gaan, zal ze buiten de leefruimte niet meer vinden omdat er een stap overgeslagen is.

Kijk de tuin ook even kritisch na om zeker te zijn dat er geen dingen staan die gevaarlijk zouden kunnen zijn voor de kat. Enkele voorbeelden hiervan kunnen zijn: Een waterton waar ze van boven in kan maar er niet meer uit zou geraken als ze erin valt. Een waterton waar ze niet meer uit kan klimmen als ze erin valt. Een plank met nagels in die uitsteken waar ze makkelijk in zou kunnen trappen of zich eraan kunnen bezeren als ze ergens op wil springen of klimmen. Kan ze op plaatsen waar ze waar ze mogelijk niet makkelijk meer uit zou geraken? Zijn er muurtjes of bomen waar ze makkelijk mee in de tuin van de buren geraakt maar dan niet meer terug zal kunnen? Je zal ongetwijfeld dingen over het hoofd zien die je wel gaat opmerken zodra ze buiten gaat maar het kan zeker geen kwaad om zoveel mogelijk gevaren al uit proberen te sluiten.

De eerste keer buiten!

De eerste keer dat ze buiten gaat, mag echt wel kort zijn, vijf of 10 minuten is zeker lang genoeg.
Blijf er ook de hele tijd bij de eerste keren zodat je kan ingrijpen als er iets mis gaat!Zet de deur of het luikje open en laat de kat zelf, op eigen tempo, naar buiten gaan. Niet forceren of oppakken en buiten neerzetten, dit kan het hele proces heel stresserend maken en het voor de kat voor lange tijd een naar moment maken. Sommige katten zullen zelfs niet naar buiten durven en ook dit mag je niet forceren. Niet elke kat heeft de behoefte om buiten te gaan en een kat die angstig is, dwingen om buiten te gaan, maakt het leven voor de kat minder fijn in plaats van fijner. Laat de deur of het luik ook de hele tijd open staan zodat ze altijd terug binnen kan lopen.  Als ze dit een paar keer gedaan heeft, zal ze de weg naar binnen goed kennen en wordt het meer waarschijnlijk dat ze naar binnen zal rennen als ze schrikt.

Laat de kat buiten vlak voor dat ze normaal eten krijgt want dan krijg je haar makkelijker terug mee naar binnen en lok haar met het de geluiden die je normaal maakt wanneer het etenstijd is.Als je ziet dat het katje meteen een heel eind wegrent, probeer het dan wat af te remmen.Niet elk katje is zich meteen bewust van het feit dat de omgeving buiten heel anders is dan binnen en soms hebben ze even wat tijd nodig om te beseffen dat ze meer alert moeten zijn voor gevaren. Speel ermee buiten op een plaats dicht bij de deur of het luik zodat het de tijd krijgt om zich hier bewust van te worden.

Als je het katje weg wil houden van een plaats die mogelijk gevaarlijk is (de straat, een tuin waar een hond loopt die mogelijk kan bijten enz), is het aan te raden het katje hierop attent te maken door er iets te zetten wat ze zeker zal opmerken (een stok met een plastic zakje aan dat geluid maakt als het winderig is).  Kijk wel of de kat er niet zo bang van is dat ze niet meer buiten durft en kijk ook of de kat er misschien helemaal niet bang is en er eerder naartoe zal lopen dan ervan weg te gaan.  


Hoe vaak je de kat buiten laat de eerste weken, bepaal je zelf. Je kan dit 1 x per dag doen of meerdere keren per dag maar doe het geen 10 x per dag de eerste paar weken.Ga ook niet te snel vooruit, het mag echt wel een paar weken duren vooraleer je de kat langer dan een kwartiertje en zonder begeleiding buiten laat.

Als je een kattenluikje hebt, zorg ervoor dat je 100% weet dat de kat het luikje goed kan gebruiken voor je haar buiten laat en het luikje neer laat hangen.Als je geen kattenluik hebt en de kat via de deur moet, zal je de deur echt open moeten laten staan wanneer de kat buiten is(niet handig in de winter, wacht dus tot het beter weer is) tot je merkt dat ze weet waar ze zich moet ‘aanmelden’ om te laten weten dat ze terug binnen wil. Laat haar ook meteen terug binnen de eerste maanden! De kat moet weten dat haar veilige haven altijd bereikbaar is.

Een nachtje buiten

 

Wanneer je beschikt over een kattenluikje, zal deze stap zichzelf wel zetten maar we raden toch aan om de kat het eerste jaar ‘snachts niet meer buiten te laten gaan. De meeste ongevallen met katten gebeuren wanneer het donker is buiten en vooral jonge katjes lopen hier het meeste risico omdat ze nog veel moeten leren.

Als je geen kattenluik hebt en liever niet urenlang wacht om naar bed te gaan omdat de kat er nog niet klaar voor is om binnen te komen… laat de kat dan ‘savonds niet meer buiten. Het truukje met het eten werkt goed maar is niet onfeilbaar en nadat de kat haar laatste maaltijd van de dag gehad heeft, kan je haar hier niet meer mee bedotten.

Volwassen katten die al je al langer bij je hebt, kunnen natuurlijk wel eens een nachtje buiten slapen maar zorg er voor dat ze een warme, droge en veilige slaapplaats heeft op jouw terrein. Een kat loopt ‘snachts niet de hele tijd rond, ze zal tussendoor wel een paar keer een dutje doen en dit moet ze bij jou kunnen doen, niet bij de buren. De buren vinden dit niet altijd fijn en hoewel je niet kan voorkomen dat een kat bij hen rondloopt, is het wel aan te raden dat je ervoor zorgt dat ze alles bij jou vind wat ze nodig kan hebben.

Hoe leer je een kat hoe een kattenluik werkt?

Sommige katten hebben het sneller door dan je lief is maar er zijn katten die het nooit zullen snappen als er niet wat hulp en begeleiding geboden wordt.

Duw een kat nooit door een luikje heen!
De kans is groot dat je haar er gewoon bang mee maakt en ze er niet meer door of zelfs bij in de buurt wil gaan!

Als je de kat meteen via het kattenluik naar buiten wil leren gaan, kan je het luikje best even helemaal open zetten en blokkeren zodat het niet kan vallen op een moment dat de kat erdoor wil gaan.  De makkelijkste manier is om dit met plakband te doen die goed hecht maar ook weer niet met niet teveel moeite af te halen is. Sommige plakband laat lijmresten na en soms zijn ze te sterk en kunnen ze de muur beschadigen dus is nodig dat je dit eerst goed uittest voor je ermee aan de slag gaat.

Er zijn natuurlijk ook andere manieren om het luikje op zijn plaats te houden (door er iets onder te zetten) maar zorg ervoor dat het niet plots los kan komen als de kat hetgeen dat het luik blokkeert omstoot of meetrekt als ze door het luikje gaat! Dit kan er ook weer voor zorgen dat ze nooit meer door een luikje zal willen gaan en dan zal het veel tijd en moeite kosten om haar toch weer te overtuigen.  Als het luikje openstaat wanneer ze buiten mag, geef haar dan zelf de tijd om er door te gaan.

Sommige katten doen daar lang over en je mag wel een beetje maar denk eraan dat ze terecht komt in de ‘grote
buitenwereld’ en ze, wanneer ze ergens van schrikt, voldoende vertrouwen  erin moet hebben om  uit zichzelf door het luik weer naar binnen te gaan gaan. Je kan in de eerste dagen mogelijk ook nog een deur of raam dat nabij ligt open laten zodat ze meerdere opties heeft om terug naar binnen te vluchten.

Gaat ze door het luikje maar telkens met een rotvaart erachter? Probeer haar dan wat te laten wennen door snoepjes bij het luikje te leggen of met haar te spelen naast het luikje.

Zodra ze goed door het open luikje gaat, kan je het luikje langzaam aan telkens een beetje laten zakken zodat ze meer en meer onder het luikje zal moeten duiken en langzaam aan gewoon wordt om het luikje op haar rug te voelen. Je kan hier zeker wat aanmoedigen door een speeltje of snoepjes of eten aan de andere kant te houden. Zie je dat het voor de kat plots een beetje te snel ging of is ze toch ergens van geschrokken toen ze door het luikje ging? Zet het luikje dan terug wat verder open (of helemaal, als dit niet voldoende is) en ga weer langzaam het luikje laten zakken.

Hulpmiddelen nodig?

Een tuigje?

Sommige mensen laten de kat eerst aan een leiband en een tuigje (gareeltjeof harnas, waarvan de riemen zowel rond de nek als rond de buik zitten) buiten.
Dit is iets wat je eerst goed moet oefenen binnen want niet elke kat voelt zich veilig met zo’n tuigje!

Gebruik ook enkel een tuigje en geen halsbandje met de leiband want dit is niet veilig!
Hou er ook rekening mee dat de kat in paniek kan geraken buiten en dan kan zo’n tuigje wel eens een extra belemmering of risico worden.

Als je zo’n tuigje gebruikt, houd de leiband dan altijd zelf vast. Maak het niet vast aan om even naar binnen te gaan want de kat kan panikeren, proberen ergens onder, over of op te springen en zich nog steeds verhangen in zo’n tuigje of ernstig kwetsen!

Een halsbandje?

Moet een kat die buiten gaat een bandje aan hebben?
Het moet niet maar het is wel handig omdat mensen dan ook kunnen zien dat het een huiskat is met een eigenaar. Zorg ervoor dat het altijd een bandje is met een rek-zone zodat ze het bandje wel uit kan krijgen, mocht ze ergens achter blijven haken of aan vastzitten.

Bandjes met een belletje?
Deze zorgen er wel voor dat prooidieren de kat makkelijker zullen kunnen opmerken en ontwijken maar jammer genoeg zorgt het ervoor dat de kat ook sneller gezien wordt door een vijand. De kat kan ook niet aangeven of ze helemaal gestoord wordt van dat belletje dat rinkelt zodra ze beweegt en aangezien katten zeer gevoelig zijn, makkelijk stress krijgen en dit heel goed kunnen verbergen, raden wij bandjes met belletjes absoluut af. 

Bandje met een kokertje of iets decoratiefs?

Dat kan zeker maar kijk wel even kritisch of het kokertje of dergelijk ook niet rinkelt bij elke beweging, niet te zwaar of te groot is, niet in de weg zit voor de kat of makkelijk ergens kan achter haken.

En wat als het misgaat?

We hopen allemaal dat het nooit gebeurd en als je het katje hebt leren buitengaan aan de hand van bovenstaande stappen, is de kans daarop al veel kleiner maar het kan ook om andere redenen mis gaan.
Het katje blijft langer weg dan normaal en je wordt ongerust. Een kat is een gewoontedier en gesteriliseerde katten hebben de neiging niet meer om te gaan zwerven dus jouw ongerustheid is zeker niet onterecht.

Een kat kan per ongeluk opgesloten zijn geraakt in een garage of dergelijke, ze kan een ongeval gehad hebben, ze kan door iemand binnengehaald zijn en er kan natuurlijk ook kwaad opzet in het spel zijn.
Allemaal opties waar je rekening mee moet houden en hieronder vind je een paar tips die kunnen helpen om het katje snel terug te vinden.

  1. Eigen omgeving makkelijk vindbaar maken

Als de kat even wat verder weg gelopen is en mogelijk de weg niet terugvind, maak gebruik van het geluidje dat je maakt wanneer het etenstijd is. Doe dit op meerdere momenten van de dag en als het donker is (dan durven bange katten makkelijker op verkenning gaan en is het meestal ook wat stiller buiten).
Zet de kattenbak buiten. Een kat herkent de geur van haar eigen uitwerpselen erg goed en dit kan voor haar een baken zijn naar haar eigen terrein.
Mandjes, dekentjes ed kan je ook buiten leggen, ook achter in de tuin, zodat je haar weer naar huis toe kan leiden.

  1. Flyers en posters.

Maak flyers en posters met informatie over de kat (kleur, leeftijd, geslacht, specifieke kenmerken en hoe ze op vreemden reageert), waar ze laatst gezien is en wanneer.
Zet op de poster zeker een foto, liefst in kleur want wat kleur betreft hebben mensen heel uiteenlopende ideeën over hoe een bruine kat er dan uitziet!

Zet het uitdrukkelijke verzoek erin dat mensen even gaan kijken in hun garages, tuinhuizen en andere ruimtes waar een kat zich ongemerkt kon laten opsluiten want dit gebeurd vaak! Geef hier altijd een e-mailadres of (liever nog) telnr op zodat iemand meteen contact met je kan opnemen als ze jouw katje zouden zien.

Vermeld dat ze gechipt is en dat de chipnummer doorgegeven is aan dierenartsen en politie.
Dat zal mensen die haar binnen genomen hebben ervan weerhouden haar niet terug te laten gaan want de kans om ‘ontdekt’ te worden, is dan plots een stuk groter.

Steek de flyers in de straten rondom in de brievenbussen (een kat kan makkelijk 500m ver gaan in haar vertrouwde omgeving) en hang de posters in winkels of op plaatsen waar ze veel gezien zullen worden.

  1. Asielen, dierenartsen en milieudienst
    Stuur een mail met dezelfde info naar asielen (uiteraard ook naar ons),dierenartsen en de milieudienst van jouw gemeente want dat zijn de mensen die aangereden katten gaan ruimen als bewoners er eentje melden.
  2. Sociale media.
    Deel het bericht ook op Facebook en stuur het naar Facebookpagina’s van asielen in de buurt en pagina’s die verloren dieren delen. Ook pagina’s van jouw gemeente ‘gij zijt van Olen als….’ en omliggende gemeentes want kan je nog meer bewoners bereiken die een oogje in het zeil houden.
  3. Bel naar de politie of milieudienst van jouw gemeente om te vragen of er een oproep binnen gekomen is voor een aangereden of gevonden kat die beantwoord aan het profiel van jouw katje en vraag specifiek naar wie je een poster kan mailen zodat ze ernaar kunnen uitkijken bij een volgende melding.

 

Een laatste tip die zeker niet minder belangrijk is: maak voldoende foto’s van jouw katje, langs alle kanten, hoofd, staart, links en rechtse kant, en zorg ervoor dat een opvallende tekening of kleurschakering goed te zien is op de foto.
Maak voor jezelf mogelijk ook een korte beschrijving van specifieke kenmerken want het is soms heel moeilijk om je dat te herinneren wanneer je die informatie nodig hebt.

Hopelijk komt het nooit voor maar beter er goed op voorbereid zijn mocht het toch gebeuren!

U heeft al een of meerdere katten en er komt een kat of kitten bij. Wat is dan de beste aanpak? Zet u de katten meteen bij elkaar en laat u het de katten zelf uitvechten? Of zijn er betere manieren om een nieuwe kat in huis te introduceren? Hoe houdt u rekening met het welzijn van zowel de aanwezige als de nieuwe kat en hoe voorkomt u stress, angst en agressie zoveel mogelijk tijdens de introductieperiode?

Aparte kamer voor de nieuwkomer

Een geleidelijke introductie van een nieuwe kat in een huishouden waar al een of meerdere katten wonen, kan veel problemen voorkomen Dit doet u  door de nieuwe kat in eerste instantie in een aparte kamer te houden en toezicht te houden op alle interacties tussen de katten. Als beide katten goed gesocialiseerd zijn met andere katten en niet timide of angstig zijn is het gewoonlijk een kwestie van tijd voor de katten en zijn ze na enige tijd in staat hun territorium te delen met weinig tot geen agressie.

Natuurlijk maakt u de kamer voor de nieuwkomer zo comfortabel mogelijk door te zorgen dat alles wat een kat nodig heeft in die kamer aanwezig is. De andere dieren mogen niet in deze kamer komen! Gebruik  liever niet de badkamer, omdat geluiden in deze ruimte harder klinken en er veel enge geluiden voor de kat zijn, zoals het openen van de douchekraan.  Controleer de kamer op dingen waar de kat verstrikt in kan raken, op kan kauwen of zich in kan wurmen. U zou niet de eerste zijn met een kat, die zich door een opening wurmt om vervolgens rond te wandelen tussen de vloer van de ene verdieping en het plafond van de verdieping eronder! De deur van de kamer moet  catproof afgesloten kunnen worden, desnoods met een omgedraaide of verwijderde deurklink als u een hond en/of kat heeft die handigheid heeft in deuren openen.

Wenruimte

De kat(ten) die er al is(zijn) houden toegang tot de rest van het huis, behalve de hal of gang waar de kamer van de nieuwkomer op uitkomt. Dit wordt namelijk de wenruimte. Hier kan ook nog een extra kattenbak geplaatst worden, dit bevordert de uitwisseling van geuren. Uw huis is dan onderverdeeld in twee aparte leefgebieden met een neutrale wenruimte tussen deze twee leefgebieden in.

Geuren uitwisselen

De deur naar de wenruimte wordt vervolgens opengezet, beurtelings voor de nieuwe kat en voor de al aanwezige kat(ten). Op deze manier voorziet u de katten van een eigen territorium in uw huis waarbij ze wel de mogelijkheid hebben elkaar te ruiken en te horen, maar er is geen mogelijkheid voor een fysieke confrontatie. Als de nieuwe kat is gehuisvest in een kamer met een glazen deur dan geeft dit ook de katten de mogelijkheid elkaar te zien, met een veilige barrière ertussen. Maar het best wordt deze tijdens het geuren uitwisselen nog afgeplakt. Het ook al zien kan net een stap te ver zijn voor sommige katten. Op geen enkel moment mogen de katten de eerste paar dagen samen in de wenruimte zijn. Ofwel de nieuwe kat heeft zijn kamer met de wenruimte ofwel de overige katten hebben hun deel van het huis met de wenruimte.

Hoe vaak wisselen?

Het makkelijkst werkt een schema van drie maal per etmaal wisselen, ´s morgens bij het opstaan, ergens in de loop van de middag en ´s avonds voor u naar bed gaat. Een ander schema is ook mogelijk, maar wel minimaal twee maal per dag om er voor te zorgen dat geen van de katten de hal/gang te veel als eigen terrein gaat zien.

Minimaal twee dagen gescheiden

In deze tijd zorgt u vooral voor rust en aandacht voor alle katten en door ze allemaal veel te aaien, zal er automatisch al een uitwisseling van geuren plaatsvinden. Bedenk dat het over het algemeen ca. 2 dagen duurt voor een nieuwe kat niet meer vreemd ruikt.

Een stapje verder

Als de katten geen angst, opwinding of dreiging tonen en goed op hun gemak zijn gaat u een stapje verder. Dit is het aan elkaar wennen onder toezicht, deze training moet plaatsvinden als de katten bezig gehouden worden met activiteiten die heel aanlokkelijk voor beide katten zijn zoals smakelijke voeding, spel of kattensnoepjes. Als u er voor zorgt dat de katten ver genoeg uit elkaar zijn om de mogelijkheid van agressie te minimaliseren en de activiteit is aantrekkelijk genoeg in de ogen van de katten, dan zullen ze zich concentreren op de activiteit in plaats van op elkaar.

Tips bij het wennen

  • Als de lekkere hapjes e.d. tijdens de introductietijd alleen worden gebruikt in de wenruimte en niet voor andere momenten, dan zullen de katten al snel leren dat er fijne dingen gebeuren als ze bij elkaar in de buurt zijn.
  • Hou in het begin liever wat meer ruimte aan dan misschien strikt noodzakelijk is. Dit is altijd beter dan starten met te weinig ruimte tussen beide katten.
  • Zijn één of meerdere katten nog te gestrest om al in één ruimte te eten en/of spelen, dan gaat het proces te snel en zult u een stapje terug moeten doen.
  • Als de katten zo dicht bij elkaar zitten dat u beide aan kunt raken, werkt het vaak extra kalmerend om tussen de twee katten in te gaan zitten en ze te aaien, terwijl ze eten/spelen.

Afstand verkleinen

Zolang er geen angst of agressie optreedt, kan de afstand stapje voor stapje verkleind worden. Als de katten op een gegeven moment wel met angst of agressie reageren, gaat het proces te snel en zult u de afstand weer moeten vergroten, probeer dit echter te voorkomen.

Hoe lang duurt dit wennen?

De duur van het aan elkaar gewend raken is afhankelijk van veel factoren. Katten die nog heel jong zijn en katten die goed gesocialiseerd zijn met andere katten zullen er over het algemeen minder lang over doen. Oudere katten of katten die bijvoorbeeld al lang alleen zijn, zullen veel meer tijd nodig hebben.

Bij katten die slecht kunnen tegen het wennen vanuit een kamer zonder gezelschap van mensen en dieren kan het handiger zijn om de nieuweling de huiskamer of een andere kamer waar u veel aanwezig bent als uitvalsbasis te geven en de andere katten tijdelijk niet in in die kamer te laten! Deze regel geldt bijvoorbeeld voor veel Siamezen, maar ook  voor een ras als de Sphynx!

Tot slot

Het zorgen dat de kat het gevoel heeft controle op zijn omgeving te hebben en zelf keuzes te kunnen maken zorgt er voor dat de kat zich minder snel gestrest zal voelen. Katten kunnen heel sociaal zijn met andere dieren en mensen, mits ze er zelf controle op uit kunnen oefenen wanneer en waar dit socialiseren gebeurt.

bron

Adoptie en afstand van dier

Men nog steeds dat in een asiel enkel gestoorde, agressieve of onopvoedbare honden en katten terechtkomen in een dierenasiel.

Niets is minder waar!

De top drie van afstandsredenen is: verhuis, scheiding en allergie. Inderdaad, nog altijd een meest gebruikte ‘excuus’. Deze honden of katten kunnen dus zonder al te veel aanpassingsproblemen perfect functioneren in een nieuwe gezin.

Veel mensen kopen ondoordacht een leuke pup of kitten. De opvoeding moet dadelijk beginnen, maar vooral wanneer de hond +/- + 6 maanden wordt, zijn er vaak problemen met de opvoeding. Kittens die dan weer de meubels en gordijnen slopen, of je in de nacht wakker houden. Mensen raken hierdoor gefrustreerd, en brengen de hond of kat naar het asiel.

Er zijn altijd “speciale” gevallen, honden met een gebruiksaanwijzing, die een aparte aanpak nodig hebben. Of minder sociale katten, die niet veel om aandacht vragen. Maar met de nodige liefde kunnen openbloeien. Indien je voor een hond of kat valt, zeggen we eerlijk alle negatieve en positieve dingen. Soms raden we je een hond of kat ook af, en vermelden we de reden waarom.

Alle reden dus om uw nieuwe huisgenoot in een asiel te komen zoeken.

FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus) of kattenaids is een virus dat een deel van de witte bloedcellen vernietigt, waardoor het immuunsysteem bij de kat aangetast wordt. Die witte bloedcellen hebben katten nodig om tegen allerlei infecties te kunnen vechten. Een FIV-kat is dus gevoeliger voor bacteriën en virussen.

FIV is niet overdraagbaar op mensen of andere dieren, maar katten kunnen elkaar onderling wel besmetten bij paren of vechten. Er is geen enkel gevaar voor besmetting als ze eten of drinken uit dezelfde bak elkaar wassen of op dezelfde kattenbak gaan.

Katten met FIV kunnen nog jarenlang een gezond en gelukkig leven leiden en er zijn zelfs katten die nooit symptomen ontwikkelen en gewoon sterven van ouderdom. Deze dieren verdienen net als alle anderen een kans op hun gouden mandje.

Om besmetting naar andere katten toe tegen te gaan, plaatsen wij katten met FIV liefst alleen. Andere katten in het gezin hebben lijkt ons afgeraden, tenzij het andere katten met dit virus betreft. Best worden deze katten niet buiten gelaten zodat buurtkatten niet besmet kunnen raken. Een appartement of een huis met een kattenren of ommuurde tuin is ideaal.

De dankbaarheid van deze katten is zeer groot en wie de moeite neemt om hen te leren kennen, kan een levenslange vriendschapsband met hen opbouwen. Laat je dus vooral niet afschrikken door een virus dat misschien nooit tot uiting komt, maar geef ook hen de kans om het genot van ‘een eigen thuis’ te leren kennen.

Ook al onze Fiv katten worden gesteriliseerd/gecastreerd, gevaccineerd, ontwormd, ontvlooïd, gechipt + geregistreerd voor adoptie.

Katten en zwangere vrouwen

Nog steeds wordt door sommige artsen aangeraden om de kat weg te doen bij een zwangerschap omwille van het gevaar voor toxoplasmose.Toxoplasmose wordt veroorzaakt door een parasiet die de kat als gastheer kan hebben. Toxoplasmose verspreidt zich via de uitwerpselen van de kat en is meestal een ongevaarlijke infectie behalve tijdens de zwangerschap. Volgens Prof. Dr. Walter Foulon, gynaecoloog in het AZ VUB, is er echter geen reden tot paniek en kunnen er eenvoudige maatregelen genomen worden om besmetting te voorkomen.

Hoe besmetting met toxoplasmose voorkomen tijdens de zwangerschap?

  • Laat het schoonmaken van de kattenbak tijdens de zwangerschap over aan een ander gezinslid en ga niet in de tuin werken tenzij dit met handschoenen gebeurt
  • Rauwe groenten dien je te wassen vooraleer ze te eten en nadien ook steeds de handen wassen
  • Handen wassen na manipulatie van vers vlees (vooral varkens- en schapenvlees)
  • Eet geen rauw of onvoldoende verhit vlees
  • Verschoon regelmatig de vaat- en handdoeken in de keuken (beter om keukenrol te gebruiken)
  • Was altijd de handen vooraleer aan tafel te gaan. Toxoplasmose is niet enkel gevaarlijk voor het ongeboren kind maar kan ook gevaarlijk zijn voor personen met een verminderde immuniteit zoals HIV patiënten of kankerpatiënten.

Conclusie:

Voorzichtigheid is geboden maar je kat hoeft geen slachtoffer te zijn van een zwangerschap. Je kat wegdoen is dus volstrekt overbodig!

De vraag naar kittens is elk jaar weer groot. Lees daarom heel goed onze voorwaarden, door hier te klikken. Kittens zitten niet in ons opvangcentrum, ervoor langskomen heeft dus geen enkele zin! 

ONS ADRES

Erasmuslaan 31 
1804 Zemst (Cargovil)

BEL ONS

015 140 770

MAIL ONS

© 2015 – 2020 Dierenopvangcentrum Zemst vzw | Alle rechten voorbehouden | Privacy en Cookie verklaring | Rekeningnummer: BE39 7350 3775 5519